10 concrete handreikingen om feedback in de praktijk toe te passen

Het aantal studies over feedback is ontelbaar. Voor docenten is het vaak zoeken hoe feedback het beste kan worden georganiseerd in de grilligheid van de eigen onderwijspraktijk. Ook voor hen is oefentijd belangrijk om te komen tot een feedbackpraktijk die studenten en henzelf helpt en motiveert. In de workshop van Dominique Sluijsmans zijn tijdens het Toetsrevolutie-congres 10 concrete sleutels gegeven voor de organisatie van effectieve, efficiënte en motiverende feedback. Deze tien voorbeelden kunnen worden geordend naar drie categorieën:

1) het organiseren van hele-groep feedback;
2) het stellen van goede feedbackvragen en
3) feedback om het leren behapbaar te houden.

Je zult merken dat feedbackprocessen heel goed kunnen worden geïntegreerd in de lessen, waardoor veel sneller te achterhalen is of studenten nog begrijpen wat het doel is dat je met het onderwijs beoogt. Feedback is niet voor niks één van de meest krachtige didactische bouwstenen. Hieronder beschrijven we kort elke sleutel.

Categorie 1: organiseer hele-groep feedback

  1. Van individuele naar collectieve feedback

Elk individueel werk van studenten van feedback voorzien is tijdrovend. Een andere optie is het werk van alle studenten door te nemen en vervolgens een feedbacksheet te maken. Definieer, in plaats van specifieke feedback naar elke student, een aantal algemene opmerkingen (zie voorbeeld).

Je kunt de eerstvolgende les starten met de presentatie van voorbeelden (bijv. via ‘visualizer’), die typische fouten laten zien. Communiceer deze naar je studenten, bij voorkeur vergezeld van ‘hoe te verbeteren’- feedback. Geef studenten vervolgens tijd om de misconcepties te verhelderen en studenten te laten reageren op de feedback op basis van eigen werk.

  1. Live beoordelen

In plaats van individueel werk van feedback voorzien, kun je als docent hardop denkend een (fictief) werk ‘live’ beoordelen. Je kunt de studenten vragen daarna het eigen werk of het werk van een medestudent te beoordelen op basis van de expert-beoordeling door de docent. Ook hier gaat het wederom om de student actief met feedback te laten werken. Je kunt ook studenten moeilijke (open) vragen laten beantwoorden met een digitale tool. Zo kan de docent snel en live feedback organiseren. Bijvoorbeeld door de studenten de vraag te stellen: Welk antwoord vind je het beste en waarom? Of hoeveel punten zou je jezelf geven als dit een toetsvraag was geweest? Waar denk je dat nog meer uitleg nodig is? Wat zou je meer willen oefenen/herhalen?

  1.  Detectivewerk

Een derde mogelijkheid om studenten om feedback op individueel werk behapbaar te houden is het werk niet te verbeteren, maar feedback te geven als: “In jouw werk staan nog vijf misvattingen/fouten, zoek ze en verbeter ze.” Door de feedback zo te organiseren wordt de student geactiveerd. Er zit ook een uitdaging in: kan je de 5 misvattingen vinden en verbeteren? Een andere optie is: Vraag studenten drie feedbackvragen te formuleren bij het indienen van een concept en geef gerichte feedback met gebruik makend van de succescriteria. Geef alleen feedback als de vragen geschikt zijn. Hierdoor is de student betrokken bij de feedback, hij heeft immers van tevoren moeten nadenken over de vragen waarop hij feedback wilt. De gegeven feedback komt daardoor niet “gratis” maar de student heeft er wat voor moeten doen. Het eigenaarschap en de betrokkenheid van/bij de feedback die vervolgens komt zal daardoor groter zijn.

Categorie 2: Stel de juiste feedbackvragen

De kwaliteit van de vraag bepaalt de kwaliteit van het antwoord. Een goede vraag is een vraag die de student aan het denken zet en leidt tot antwoorden die je als docent helpen om de vervolgstap in het onderwijs te bepalen (bijvoorbeeld extra instructie, andere feedback, meer oefening en herhaling van kennis en vaardigheden).

  1. Feedbackvraag achterhaalt voorkennis

Leren begint bij wat je als student al weet. Vaak geven we feedback die de student nog niet kan begrijpen, simpelweg omdat hij de kennis en het begrippenkader mist die nodig is de feedback te vertalen naar een vervolgstap. Zo heeft het bijvoorbeeld pas zin om te zeggen: “Pas de probleemstelling aan” als de student weet waar een goede probleemstelling aan dient te voldoen. Wat helpt is om in de wijze van feedback eerst vragen te stellen die je als docent helpen in te schatten welke voorkennis een student heeft. Bij een nog zwak geformuleerde vraagstelling kan dat bijvoorbeeld zijn: Aan welke criteria denk jij dat een goede probleemstelling voldoet? Of: ik heb hier drie probleemstellingen, welke vind je het beste en waarom? Afhankelijk van het antwoord kun je dan als docent de vervolgactie bepalen.

  1. Feedback vraag achterhaalt misconcepties

Als docent weet je vaak heel goed waar jouw studenten vaak veel fouten maken. Neem een vraag waarvan je weet dat studenten vaak misconcepties over hebben. Bouw deze vraag om tot een goede meerkeuzevraag waar de verschillende misconcepties verstopt zitten in de meerkeuze-antwoorden. Hierdoor kan je snel inzicht krijgen in welke misconceptie het meest en door wie gemaakt wordt. Vervolgens genereer je daar specifieke feedback op.

Welke feedbackvraag wanneer, bij wie en waarom?
Goede feedbackvragen houden rekening met het het doel van de feedback (helderheid geven over doelen, helderheid over waar de student staat en houvast geven bij de vervolgstap), het expertiseniveau van de student (noviet of gevorderd) en de focus van feedback (taak, proces, zelfregulatie en persoon). Deze matrix kan je als docent helpen bepalen wanneer welke feedbackvraag voor welke student zinvol is te stellen.

Categorie 3: Zet feedback in als kans het leren behapbaar te houden

  1. Feedbacklegenda

Wanneer je studenten feedback wilt geven op criteria en doelen die vaker terugkomen, is het interessant te werken met een feedbacklegenda. Deze bevat bijvoorbeeld een aantal symbolen dat verwijst naar de standaarden/criteria inclusief een aanwijzing hoe ze hun werk ten aanzien hiervan kunnen verbeteren. Concreet kun je denken aan een opdracht die je jouw studenten geeft en waarvan zij een concept dienen in te leveren. Schrijf het leerdoel en vijf criteria voor succes op (waaraan kun je zien dat studenten het leerdoel hebben bereikt?). Bedenk vervolgens een feedbacklegenda die de student gaat helpen jouw feedback te begrijpen en erop te gaan handelen. Bedenk tevens een wijze waarop je de feedback terug gaat koppelen naar de groep.

  1. Stap voor stap feedback

Een veel voorkomend probleem bij met name complexe opdrachten is dat feedback pas na teveel stappen wordt gegeven. Werk – met name bij moeilijke opdrachten – met kleine feedbackinterventies die studenten helpen in het nemen van de eerste stap, ‘less is more’. Maak opdrachten niet te groot (bijv. schrijf een review, los deze complexe som op, etc.), maar deel ze op in stap-voor-stap-opdrachten. Het is dan niet alleen makkelijker feedback te geven die de student in staat stelt een volgende stap te zetten, je kunt sneller bijsturen bij een ‘verkeerde afslag’. De student zal bij opsplitsing in kleinere stappen ook sneller een succeservaring opdoen. Dit is belangrijk voor de motivatie: motivatie volgt na succes.

Een andere mogelijkheid is te werken met andere vormen van schriftelijke feedback. Om studenten aan het denken te zetten kun je denken aan een manier zoals hier in de afbeelding in weergegeven.

  1. Meedenken over succescriteria

Voorbeelden zijn zinvol om studenten een neus voor kwaliteit te laten ontwikkelen. Comparative judgement (paarsgewijs vergelijken) is daar een zeer geschikte methode voor. Met deze methode presenteer je aan studenten paren van voorbeelden van werk en laat je hen kwaliteit en succescriteria bespreken. Als docent kun je studenten door het houden van een feedbackdialoog de succescriteria bespreken en bijvoorbeeld een single-point rubric laten ontwikkelen. Paarsgewijs vergelijken is bovendien een krachtige methode om werk van studenten efficiënt en betrouwbaar te beoordelen.

  1. Hoge verwachtingen stellen

Studenten hebben baat bij hoge verwachtingen. Al ver in de vorige eeuw voerden Rosenthal onderzoek uit naar de invloed van verwachtingen op de ontwikkeling van leerlingen. De resultaten lieten zien dat het hebben van hoge verwachtingen ervoor zorgt dat leerlingen zich sneller ontwikkelen en meer leren. Marcel Schmeier schreef er een mooie blog over. Ook voor een leerrijk feedbackproces is het stellen van hoge verwachtingen belangrijk. Een feedbackrelatie gebaseerd op vertrouwen en competentie is essentieel en zal de student als prettig ervaren.

Ter afsluiting

Een feedbackproces inrichten dat is gericht op leren en succeservaringen van alle studenten is moeilijk en afhankelijk van doel, context en leerlingen/studentenpopulatie. In deze bijdrage hebben we tien voorbeelden benoemd die hierbij behulpzaam kunnen zijn. Kies vooral de voorbeelden die jou energie geven, haalbaar zijn en passen bij de doelen die jij met je studenten voor ogen hebt.

Deze set van sleutels is ter inspiratie en ter oefening. Rode draad is dat feedback de student dient aan te zetten tot denken als misschien wel de belangrijkste indicator van leren. Maar pas op: feedback geven, ontvangen én omzetten naar actie (denk)tijd kost. Geef deze tijd, zodat feedback echt een kans wordt voor leren en motivatie.

Deze tekst komt van Vernieuwenderwijs.nl