Didactische kaders voor de fysieke contactmomenten

Omdat de fysieke contactmomenten komend jaar waarschijnlijk erg beperkt zullen zijn, zullen eerst didactische doelen en onderwijsactiviteiten worden benoemd waarbij de fysieke aanwezigheid een meerwaarde heeft. Het zijn activiteiten die een socialisatiefunctie hebben of waarbij groepsdynamiek en interactie bepalend is voor het leerproces. Het zijn ook de belangrijkste activiteiten voor betekenisvol en effectief onderwijs die in elke module en lesplan zouden moeten terugkomen, of dit nou fysiek of online is. De rol van de docent bij deze activiteiten is die van coach, begeleider, trainer.

Door deze belangrijke functies kun je als opleiding ervoor kiezen om deze activiteiten verplicht te stellen of actieve deelname aan deze activiteiten op te nemen in een beoordeling. Idealiter wordt de urgentie van deze fysieke activiteiten zo goed gecommuniceerd dat verplichting niet nodig is.

Deze activiteiten kunnen ook allemaal online. Indien dat nodig is, bedenk dan goed welke interactie je wilt bereiken (wat is het didactische doel), en kies een werkvorm die daar het beste bij past.

  • Kennismaking- en groepsvorming. Hoe een student zijn opleiding start, is een grote voorspeller voor zijn succes. Hierbij spelen de groepsvorming en studentbetrokkenheid een grote rol. Daarnaast komen tweedejaars ook vaak in nieuwe groepen terecht en zijn de vierdejaars net op stage en minor geweest waardoor binding weer extra aandacht vraagt. Het advies is om elke module te starten met een ‘onboarding’ week. Dit betekent dat je in de eerste week bij elk vak extra aandacht besteed aan het persoonlijk leren kennen van elkaar, naast de inhoudelijke introducties. Daarnaast is het belangrijk om groepsvormende activiteiten gedurende het hele blok te organiseren (eventueel door studenten zelf).
  • Verdiepingsoefeningen waarbij een activerende werkvorm centraal staat. Dit zijn verdiepende oefeningen die vooral werken door de interactie tussen studenten. Denk aan een discussie, het samen uitwerken van een casus, een intervisie, presentaties, een quizcompetitie etc.
  • Momenten van feedback en feedforward. Studenten leren veel van het geven en ontvangen van (peer)feedback. Om dit goed te doen is een veilige groep nodig, waarbinnen geoefend kan worden en waar fouten gemaakt kunnen worden. Zodra dit goed gaat en de groep is eraan gewend, dan kun je ervoor kiezen om een gedeelte van de gezamenlijke feedbackmomenten online te doen.
  • Het trainen van bijvoorbeeld communicatieve vaardigheden of sport is vaak sterk afhankelijk van de groepsdynamiek en heeft een hoge socialisatiefunctie.
  • Cruciale toetsen die echt niet anders afgenomen kunnen worden en waarbij de toetsvorm perfect past bij de leeruitkomsten en de leeractiviteiten. Klik hier voor meer info over toetsen.