Blended Learning

Blended learning is een mengvorm van face-to-face en ICT-gebaseerde leeractiviteiten, leermaterialen en tools. Beide soorten leeractiviteiten maken een substantieel onderdeel uit van het onderwijs of opleiden; idealiter versterken ze elkaar. Het doel is onderwijs en opleidingen te ontwikkelen die gebruik maken van ICT om effectief, efficiënt en flexibel leren mogelijk te maken, met een stijging van het leerrendement en de student/docenttevredenheid tot gevolg.

Niet alleen biedt blended learning studenten de mogelijkheid om te leren waar en wanneer dat voor hen past aan hun eigen tempo, het laat instellingen ook toe om beschikbare middelen efficiënter in te zetten. IT-tools zoals kennisclips en e-modules worden niet toegevoegd aan het onderwijs als extra voorziening, maar kunnen de traditionele vormen van contactonderwijs en zelfstudie versterken. De student kan, tijd en plaats onafhankelijk, een groot deel van de kennis en inzicht verwerven door zelfstudie (zelfstandig en in groepsverband). Het contactonderwijs draagt bij aan verdiepende discussies, toepassing van kennis, training van vaardigheden en inzicht en bespreking van complexe onderdelen. Deze vorm van blended learning wordt ook wel de ‘flipped classroom‘ genoemd.

Er zijn verschillende vormen van blended learning. Het flipped-classroommodel wordt het meest toegepast binnen de Hogeschool van Amsterdam.

Het flipped-classroommodel is een vorm van blended learning waarin studenten contactmomenten voorbereiden, zodat je tijdens de contacttijd kan inzoomen op de toepassing en diepere verwerking van de stof. Meestal zijn dit korte videoclips die studenten voor het college bekijken. Het college zelf wordt gebruikt om belangrijke vraagstukken over de stof te bediscussiëren, en het begripsniveau van de student te bepalen. Deze discussies kunnen plaatsvinden tussen docent en studenten, maar ook (vaak het geval in grote groepen) door ‘peer discussion’, waarbij studenten de vragen onderling bediscussiëren en vervolgens antwoorden via een online stem ‘tool’. Deze antwoorden geven docenten informatie over welke onderwerpen studenten goed begrijpen en waar meer uitleg nodig is. Ook achteraf kunnen studenten de leerstof nog verder verwerken. Dit is het omgekeerde (vandaar de naam ‘flipped’) van het traditionele model, waarin de eerste kennismaking met de leerstof tijdens de contacturen gebeurt en de verwerking achteraf plaatsvindt.

Het flipped-classroommodel kan leiden tot een (meer) efficiënte en effectieve invulling van de contacttijd:

  • Je kan meer inspelen op de voorkennis van je studenten, omdat je meer zicht hebt op en controle hebt over deze voorkennis (deze voorkennis is immers het resultaat van je gekozen voorbereiding).
  • Je kan misconcepties snel opsporen en de studenten hier tijdens het contactmoment op wijzen.
  • Je kan studenten beter en tijdig gerichte feedback geven.
  • Je kan werkvormen inzetten die hogere orde leeractiviteiten stimuleren. Op die manier richt je je op leerdoelen zoals toepassen, analyseren, evalueren en creëren.

Het ontwerp van een flipped classroom is gelijk aan het ontwerpen van een regulier vak. Leerdoelen passen bij de uitgevoerde toetsing, toetsing past bij de leermethode die wordt gebruikt. De gekozen leermethode leidt tot een planning van activiteiten in een vak. Een vak past binnen de doelen zoals vastgesteld in het curriculum, en de losse activiteiten leiden naar een goede toets. De vraag van studenten “moeten we dit leren voor het tentamen?” wordt niet meer gesteld als duidelijk is op welke manier de losse activiteiten in een vak worden afgesloten door een toets. Dus ook voor het ontwerpen van een flipped classroom is de samenhang tussen doelen, werkvormen en toetsing belangrijk.

Docenten die hun onderwijs willen versterken kunnen verschillende onderwijsbehoeftes hebben. Veel docenten willen dat hun studenten beter voorbereid naar college komen of dat er meer interactie is tijdens het contactonderwijs. Anderen willen digitaal toetsen, schriftelijke opdrachten digitaal beoordelen of online de communicatieve vaardigheden versterken.

Edulab ondersteunt docenten en teams bij het (her)ontwerpen van het onderwijs en het beredeneerd inzetten van IT-tools. In enkele ontwerpsessies wordt op een systematische manier een (her)ontwerp gemaakt en gewerkt aan de deskundigheid van docenten, bijvoorbeeld op het gebied van leertechnologieën. Edulab biedt hiervoor workshops aan en teams kunnen ook zelf een afspraak maken via edulab.fbe@hva.nl.

Je vind hier een overzicht van werkvormen die je kunt inzetten om aan de slag te gaan met activerende werkvormen en Blended Learning. De werkvormen zijn zorgvuldig uitgekozen door Edulab. Het is bedoeld om docenten een impressie te bieden van de mogelijkheden die er zijn. Bij elke werkvorm besteden we aandacht aan de inhoud, didactische meerwaarde, voorbereiding en kenmerken.

De werkvormen zijn onder andere ontleend van Handreiking Werkvormen Activerend Leren en Blended Learning van de Universiteit van Amsterdam.

Moeilijkheidsgraad

Peer feedback

Moeilijkheidsgraad

(Korte) activerende opdrachten

Moeilijkheidsgraad

Flipping the classroom

Moeilijkheidsgraad

Samenwerkend leren

Moeilijkheidsgraad

Online discussiëren

Moeilijkheidsgraad

Opdrachten met tentamens

Moeilijkheidsgraad

Jig-Saw methode

Moeilijkheidsgraad

Kennisclip

Moeilijkheidsgraad

Peer Instruction

Moeilijkheidsgraad

Team-Based Learning

Moeilijkheidsgraad

Case-Based Learning

Bij toetsing wordt er meestal onderscheid gemaakt tussen formatief toetsen en summatief toetsen. Formatief toetsen draait om het genereren van informatie over waar een student staat en wat de student nog moet leren om het leerdoel te beheersen. De docent kan deze informatie gebruiken om het onderwijs bij te sturen / aan te passen op wat de student nodig heeft. Summatieve toetsen hebben een beslissend (selectief) karakter.

Flipped classroom verbetert vooral formatieve toetsing omdat studenten zelf merken of ze het tempo kunnen volgen. Tijdens college zijn verschillende activiteiten mogelijk: op basis van actuele vragen worden discussies gehouden, studenten geven presentaties en werken aan opdrachten. Zo krijgen studenten feedback van hun docent en van hun medestudenten. Systemen om feedback snel en makkelijk te verzamelen zijn handig voor grotere groepen.

  • Studenten krijgen zicht op wat ze nog niet helemaal kennen of kunnen.
  • Docenten krijgen tijdens het contactmoment zicht op de grondigheid van de voorbereiding/op het effect van de instructie.
  • Het stimuleert studenten om voorbereid te komen en om te participeren.

Je kan studenten evalueren tijdens het contactmoment door bijvoorbeeld de tool Kahoot te gebruiken. Deze tool laat toe dat (grote groepen van) studenten hun stem kunnen uitbrengen. Andere voorbeelden van technologie tijdens je contactmoment zijn studentenvideo’s: laat studenten gedurende meerdere contactmomenten een video of kennisclip produceren over een bepaald onderwerp.

Wat is Case-based Learning?

Het uitgangspunt van case-based learning (CBL) is het aanbieden van casussen om zo studenten te motiveren om te leren en hun leren te structuren. Een casus is een realistische situatie zoals studenten die later in hun beroepspraktijk ook tegen kunnen komen. De studenten zullen dus samenwerken en door discussie tot meerdere goede oplossingen of begrip van de casus komen. De rol van de docent is om dit proces te begeleiden. Daar waar nodig is zal de docent de discussie aanwakkeren en verbredende of verdiepende vragen stellen en eventueel uitleg geven.

Vanuit een casus werkend is het voor studenten duidelijker waarom bepaalde kennis en/of inzichten noodzakelijk zijn binnen de leercontext. Bij de casus worden leerdoelen gegeven die een student zich in de zelfstudietijd moet eigen maken om met de casus aan het werk te kunnen gaan. Een casus is een realistische situatie zoals studenten die later in hun beroepspraktijk ook tegen kunnen komen. De bespreking van de casus zal in een onderwijsgroep aan de orde komen. De studenten zullen dus samenwerken en door discussie tot meerdere goede oplossingen of begrip van de casus komen. De rol van de docent is om dit proces te begeleiden. Daar waar nodig is zal de docent de discussie aanwakkeren en verbredende of verdiepende vragen stellen en eventueel uitleg geven.

De voordelen van het gebruik van CBL zijn dat het collaboratie van het leren bevordert. De student haalt voorkennis op en zal de nieuw verworven kennis en inzichten daar aan toevoegen. Daarnaast zal CBL meer zorgen voor integratie van op verschillende plekken opgedane kennis en inzichten. CBL is zowel intrinsiek als extrinsiek motiverend en bevordert het zelf reflecterende vermogen van de studenten om te beoordelen of ze iets goed hebben begrepen (Williams, 2005).

ICT Tools

Wat is Team-based Learning?

Studenten bereiden zich voor op de les en worden aan het begin van de les overhoord op hun kennis (eerst als individu en daarna in een groepje). Een groep krijgt onmiddellijk feedback over hun prestaties en de docent vergroot het begrip via minicolleges.

Het is gebaseerd op 4 onderliggende principes:

  1. Groepen van 5 á 6 studenten worden aan het begin gevormd en blijven de gehele cursus bij elkaar.
  2. Studenten zijn zelf verantwoordelijk voor hun zelfstudie en voor het werken in teams.
  3. Teamopdrachten moeten zowel leren als teamontwikkeling bevorderen.
  4. Studenten moeten frequente en directe feedback ontvangen.

Team-based Learning werkt volgens een samenhangend 4-stappenmodel: voorbereiding, individuele en groepstoetsing, toepassingsgerichte opdrachten en peer feedback.

Afbeeldingsresultaat voor team-based learning sequence

  1. Voorbereiding (zelfstudie)
    Studenten gaan via zelfstudie aan de slag. In de cursusomgeving in Brightspace vinden ze literatuur, kennisclips en andere onderwijsmiddelen waarmee ze zich de leerstof eigen maken.

  2. Individuele en groepstoetsing
    Elk onderwijsonderdeel start met een meerkeuzetoets over de leerstof. Iedere student beantwoordt de vragen eerst individueel. Vervolgens worden exact dezelfde vragen nog eens aangeboden in teamverband. Op een scratchkaart (een soort kraslot) kiest elk studententeam na onderlinge discussie samen het juiste antwoord op elke vraag. Dit kan ook in de tool Socrative. De resultaten van deze toetsen tellen uiteraard mee in het eindcijfer. De docent beoordeelt direct op basis van de scratchkaarten of Socrative welke vragen nog problemen opleveren. De items die laag scoren, worden toegelicht: zo sluit de docent aan op werkelijke leervragen en voorkennis.

  3. Toepassingsgerichte teamopdracht
    De teamopdracht is bedoeld om teams de theorie te leren toepassen. De opdracht wordt aangeboden in de vorm van een relevant probleem of uitdaging. Teams kunnen bijvoorbeeld een aantal aansprekende stellingen voorgelegd krijgen die passen in de cursuscontext. Elke stelling is voorzien van 4 mogelijke antwoorden die elk een kern van waarheid bevatten. De opdracht voor de afzonderlijke teams is om het eens te worden over de best passende antwoordoptie.
    Op een signaal van de docent maakt elk team de keuze kenbaar. Daarna volgt een plenaire discussie. De docent brengt de verschillende teams met elkaar in gesprek over hun keuzes. Hij of zij modereert de discussie door de verschillende antwoorden te verkennen en zo gezamenlijk het thema uit te diepen.

  4. Peer-evaluatie
    Tot slot zijn peer-evaluaties een cruciaal onderdeel van Team-based Learning. Halverwege en aan het einde van de cursus evalueren de studenten elkaars bijdrage. Ieder teamlid mag 40 punten verdelen over de 5 andere leden en benoemt voor ieder teamlid pluspunten en verbeterpunten. Door al halverwege de cursus te evalueren, heeft iedere student de mogelijkheid om zich te verbeteren. De Group Member Evaluation van FeedbackFruits kan hierin ondersteunen.

ICT Tools

 

Wat is Peer Instruction?

Studenten bereiden zich voor op de les en geven de docent feedback over wat ze verwarrend of moeilijk vonden. Tijdens de les krijgen de studenten minicolleges afgewisseld met peer-bespreking van conceptuele vragen die werken om misvattingen die studenten kunnen hebben op te wekken, te confronteren en op te lossen.

Een voorbeeld is weergegeven in het figuur hieronder. De docent plaatst een leesopdracht op de digitale leeromgeving. Studenten lezen de opdracht en maken vragen op de digitale leeromgeving. De docent kan vervolgens zien hoe goed de vragen gemaakt zijn en waar nog misconcepties zitten. Op basis van die gegevens bereidt de docent zijn les voor en geeft tijdens de les een mini-lezing. Daarna geeft de docent in de les een individuele opdracht en moeten de studenten een vraag beantwoorden via een stemtool. De docent en studenten kunnen zien hoeveel studenten voor welk antwoord hebben gekozen. Daarna moeten de studenten in groepjes de antwoorden bespreken om na deze discussie de vraag opnieuw te beantwoorden via de stemtool. Daarna bespreekt de docent het correcte antwoord. Deze werkvorm wordt 'peer instruction' genoemd waar Eric Mazur, Nederlands natuurkundige, de grondlegger van is.

ICT Tools

 

Wat zijn kennisclips?

Een kennisclip is een korte video die op zichzelf staat en een afgekaderd (deel)onderwerp behandelt. De video is te gebruiken buiten de context waarvoor het gemaakt is. Wel kan er inhoudelijke voorkennis vereist zijn om de kennisclip te begrijpen.

Stof waar studenten in de regel over struikelen leent zich goed om kennisclips van te maken. Sommige lastige onderwerpen moet een docent steeds opnieuw uitleggen. Dat kost veel tijd. Door goed voorbereid de uitleg op te nemen - al dan niet voorzien van een PowerPoint-presentatie of animatie en waar nodig gemonteerd - ontstaat een kennisclip waarin de uitleg optimaal gepresenteerd wordt. De uitdaging is om de stof op een aantrekkelijke manier te visualiseren.

Deze kennisclips kunnen vaak langere tijd gebruikt worden en als ‘naslagwerk’ geraadpleegd worden.

Didactische meerwaarde

Kennisclips bieden verschillende voordelen:

  • De uitleg van ingewikkelde concepten en handelingen tijdens colleges kan verkort worden als daarbij tevens kennisclips worden ingezet.
  • Door kennisclips voorafgaand aan het college tot verplichte lesstof te maken komt er tijdens de contacturen meer ruimte voor verdieping. Denk bijvoorbeeld aan het concept Flipping the Classroom.
  • Kennisclips vormen een extra zelfstudiemogelijkheid voor de student en bevorderen ‘dieper leren’ doordat de student zelf voor de optie kiest indien nodig.
  • Ook in bijspijkerprogramma’s als remediëring, of als een verzameling om achtergrondkennis te activeren kunnen kennisclips ingezet worden.

Voorbereiding

Er bestaan verschillende mogelijkheden om kennisclips te maken. Afhankelijk van de wensen van de docent en de inhoud, varieert de voorbereidingstijd. In het kader van de facultaire strategie activerende werkvormen en blended learning zijn er middelen om dit te realiseren. Als docent hoef je dan alleen de inhoud uit te werken.

ICT Tools

Bekijk de toolgids voor meer informatie over de tool.

Wat is de Jig-Saw methode?

De Jig-Saw methode is een manier om samenwerking en taakverdeling onder studenten te organiseren. Studenten bestuderen een deel van de stof, leggen de essentie ervan uit aan hun groepsleden en maken gezamenlijk een samenvatting waarbij de stof die de verschillende groepsleden hebben bestudeerd, moet worden gebruikt.

Didactische meerwaarde

Studenten worden in een actieve rol geplaatst en krijgen allen ruimte voor eigen inbreng. Er bestaat wederzijdse afhankelijkheid waarbij studenten moeten samenwerken aan een gemeenschappelijk doel. Meeliften wordt hierdoor bemoeilijkt en direct opgemerkt. Daarnaast leren studenten van en met elkaar.

Voor docenten betekent deze methode dat er duidelijk zicht wordt verkregen op het leerproces en de moeilijkheden en misvattingen van studenten. Daarnaast hoeven zij geen lange uiteenzetting te geven over een bepaalde leerinhoud.

Voorbereiding

Verdeel het materiaal/de lesstof in een aantal gelijkwaardige en logische delen (maximaal 8), afankelijk van het aantal studenten in de groep. Maximaal 5 studenten mogen hetzelfde onderdeel bestuderen. Elk deel kan onafankelijk van het andere bestudeerd worden. Wijs elke student een van de onderdelen toe met de zelfstudieopdracht een samenvatting te maken van de voornaamste (gezichts)punten hierin.

Zet studenten die hetzelfde onderdeel hebben bestudeerd (dat zijn er maximaal 5) in groepen bij elkaar. In de groepjes checken de studenten onderling het begrip van de stof. Stel vervolgens zó nieuwe groepen samen dat in elke groep alle onderdelen van de stof zijn afgedekt. Studenten leggen aan hun groepsgenoten uit wat zij bestudeerd hebben, zodat uiteindelijk de hele stof wordt besproken en samengevat.

ICT Tools

Bekijk de toolgids voor meer informatie over de tool.

Wat kan je doen met tentamens?

Tentamens worden vaak gezien als een summatieve eindopdracht om te toetsen in hoeverre studenten de leerdoelen behaald hebben. Ze kunnen echter ook worden ingezet bij activerende werkvormen. Zo kan je studenten een tentamen laten maken met overleg. Ze maken dan samen een (deel)tentamen en worden uitgedaagd te overleggen over de vragen en de mogelijk antwoorden. De studenten discussiëren met elkaar, maar ieder kiest uiteindelijk individueel een antwoord. Na afloop wordt er kort aandacht besteed aan de uitkomsten.

Een andere vorm is het laten creëren van tentamenvragen door studenten. Studenten leveren dan ieder individueel een tentamenvraag met antwoordmodel in. Deze vragen, of een selectie hieruit, worden gebruikt voor het tentamen. Je kunt er ook voor kiezen studenten hun vragen op een forum te laten plaatsen, waarna er discussies kunnen ontstaan.

Tentamens kunnen ook formatief worden ingezet om de voortgang in kaart te brengen. Zo kunnen studenten bijvoorbeeld met oude proeftentamens snel zien hoe ze ervoor staan. Een multiple-choice tentamen kan dan gedigitaliseerd worden, waardoor studenten direct feedback krijgen.

Werk je met open vragen, kies dan voor een peer feedbackmodel waarbij studenten elkaars antwoorden nakijken.

Didactische meerwaarde

Afhankelijk van de soort wervorm waarbij je tentamens inzet, verschilt de didactische meerwaarde. Het laten creëren van tentamenvragen activeert studenten zelf op zoek te gaan naar de juiste antwoorden en biedt voor docenten een database aan mogelijke tentamenvragen. Als studenten moeten overleggen, ontstaan discussies waarin gezamenlijk kennis wordt geconstrueerd. Formatieve toetsing biedt inzicht in de voortgang voor studenten en docenten.

Voorbereiding

Deze werkvormen kosten relatief weinig voorbereidingstijd. Vaak bestaan er al oude tentamens die gedigitaliseerd kunnen worden. Hiervoor zijn middelen beschikbaar binnen het project.

ICT Tools

Bekijk de toolgids voor meer informatie over de tool.

Wat is online discussiëren?

Aan de hand van stellingen verzamelen studenten informatie en nemen zij een standpunt in. Daarover gaan ze met elkaar online in discussie via een forum. Dit online discussieforum is een schriftelijke asynchrone communicatietool. Iemand start de discussie met een vraag of stelling, en anderen kunnen daarop reageren. Bijdragen aan het forum gebeuren schriftelijk en de deelnemers hoeven niet tegelijkertijd in het forum aanwezig te zijn. Dit heeft als voordelen dat forumdeelnemers zullen nadenken over de formulering van hun inbreng en dat zij daarvoor ook de tijd hebben. Dit verhoogt de kwaliteit van de bijdragen.

Didactische meerwaarde

Discussies op zichzelf vergen van studenten naast kennis en toepassing ook inlevingsvermogen en analysevaardigheden. Ze analyseren het onderwerp en leren hierdoor het onderwerp of probleemstelling van verschillende kanten te bekijken. Ook leren studenten door discussies hoe ze argumenten en een betoog kunnen formuleren en werken ze aan hun presentatievaardigheden.

Door discussies online te laten plaatsvinden kunnen studenten deelnemen waar en wanneer zij willen. Daarnaast worden studenten door het opschrijven van hun argumenten geforceerd hun argumenten goed te onderbouwen. Verder biedt een online discussieforum de mogelijkheid voor bescheiden of verlegen studenten actief deel te nemen aan de discussie.

Voorbereiding

Via de Digitale Leeromgeving, zoals Brightspace, kan gecommuniceerd worden in een forum. Studenten kunnen zelf discussielijnen aanmaken voor hun vragen waar studenten en docenten op kunnen reageren. Docenten kunnen stellingen aanleveren of dit overlaten aan studenten. Ook bestaat er de mogelijkheid om te stemmen op stellingen. Het werken met deze werkvorm vergt weinig voorbereidingstijd, zowel online als offline en draagt bij aan het activeren van studenten.

ICT Tools

Bekijk de toolgids voor meer informatie over de tools.

Wat is samenwerkend leren?

Samenwerkend leren verwijst naar een onderwijssituatie waarbij studenten de verantwoordelijkheid delen om in interactie met elkaar taken met een gemeenschappelijk doel of eindproduct uit te voeren. In de praktijk wordt samenwerkend leren vaak verward met samenwerken. Er is echter een verschil tussen beide. Bij samenwerkend leren ligt de focus op de inhoud / de leerstof, bij samenwerken ligt de focus meer op het proces / de samenwerking. Er is geen strikte scheiding tussen beide, maar het is zowel voor jezelf als voor de studenten belangrijk om te weten waar de focus ligt bij een samenwerkingsopdracht; op de inhoud, op het proces of beide.

Didactische meerwaarde

De achterliggende gedachte is dat studenten niet alleen leren van de interactie met de docent, maar ook van de interactie met elkaar. Bij samenwerkend leren is niet alleen de lesstof belangrijk, maar ook de samenwerking. Er is sprake van een cognitief en een sociaal doel.

Vormen van samenwerkend leren

Samenwerkend leren wordt in de praktijk al vaak ingezet. Denk bijvoorbeeld aan gezamenlijk doen van onderzoek en daarover presenteren. Een steeds meer toegepaste vorm van samenwerkend leren is Team Based Learning (TBL). Team Based Learning is een vorm van samenwerkend leren die gebruik maakt van een specifieke volgorde van individueel werk, groepswerk en directe feedback om een motiverend raamwerk te creëren waarin studenten in toenemende mate elkaar verantwoordelijk houden voor het voorbereid deelnemen aan klassikale activiteiten en bijdragen aan de discussie.

Er zijn veel ICT-Tools die het samenwerken voor studenten gemakkelijker kunnen maken en voor docenten inzicht bieden in het samenwerkingsproces. Daarnaast bestaan er veel verschillende vormen van samenwerkend leren waarbij studenten bijvoorbeeld wel of niet tot een product komen of waarbij de nadruk meer ligt op de elaboratie van leerstof. Edulab kan, afhankelijk van de inhoud van een vak, gericht advies geven over welke vormen het best passen bij die inhoud.

ICT Tools

Wat is Flipping the Classroom

Bij Flipping the Classroom worden college en zelfstudie omgedraaid. In een traditioneel college staat kennisoverdracht centraal en is er meestal weinig interactie. De docent vertelt en studenten zijn passieve luisteraars. Door studenten de kennisoverdracht thuis te laten doen, kan de contacttijd in de collegezaal gebruikt worden voor interactie en verdieping.

Tijdens de colleges wordt het onderwijsmateriaal actief bestudeerd, bijvoorbeeld door in groepen een probleem op te lossen en de resultaten te presenteren of door gestructureerde discussies.

Didactische meerwaarde

Ten eerste zorgt Flipping the Classroom voor meer autonomie bij studenten over het leerproces. Studenten kunnen zelf bepalen wanneer ze een video bekijken en als iets niet meteen duidelijk is, kunnen ze het nogmaals bekijken. Ten tweede blijkt uit onderzoek dat Flipping the Classroom een positief effect heeft op slagingspercentages doordat het studenten meer activeert in hun leerproces. Voor docenten biedt het daarnaast de mogelijkheid hun expertise beter te kunnen inzetten. Dit komt doordat ze in de colleges veel meer de verdieping op kunnen zoeken.

Voorbereiding

Het omvormen van een vak naar een Flipping the Classroom model vergt in het begin relatief veel tijd, maar biedt op de lange termijn juist tijd winst. Per hoorcollege moet een video worden gezocht of gemaakt en beschikbaar worden gesteld via een online leeromgeving, zoals Brightspace. Een hoorcollege van drie uur kan op video gereduceerd worden tot 20 à 30 minuten. Het inspreken van de tekst bij de slides kost iets meer tijd, maar de opnames kunnen meerdere jaren gebruikt worden. Edulab kan hierin ondersteunen.

Vervolgens moet worden nagedacht over de invulling van de hoorcolleges. Daar komt tijd vrij voor verdieping en ruimte voor nieuwe en andere activerende werkvormen. Hierbij verandert ook de rol van de docent.

ICT Tools

Bekijk de toolgids voor meer informatie over de tool.

 

Wat zijn (korte) activerende opdrachten?

Docenten geven vaak traditioneel frontaal onderwijs waarbij studenten passief luisteren en aantekeningen maken. Onderzoek laat echter zien actief leren leren leidt tot betere leerresultaten. Dat betekent niet dat hoorcolleges tot het verleden behoren. Het heeft slechts wat aanpassingen nodig. Dat vraagt onder meer om de inzet van activerende werkvormen, vaak ondersteund door ICT-tools.

Didactische meerwaarde

Door het gebruik van (korte) activerende opdrachten gaan studenten actiever meedoen met hoorcolleges. Hierdoor verandert hun rol van passieve luisteraar naar actieve participant. Daarnaast kunnen hogere denkvaardigheden, zoals analyse en evaluatie, aangesproken worden. Dit leidt tot een betere transfer van kennis en vaardigheden.

Soorten opdrachten

Er bestaan veel soorten (korte) activerende werkvormen. We geven daarom enkele voorbeelden. Mocht je er meer over willen weten neem contact op met je consultant Blended Learning.

  • Wordcloud: Tijdens een college wordt live een wordcloud gemaakt op basis van input van studenten, zodat je snel kunt zien wat “de groep” over een stelling of onderwerp denkt en daar direct op kan inspelen. 
  • Stemmen/polls: Studenten stemmen tijdens het college op stellingen die door de docent worden weergegeven. 
  • Proeftentamen: Studenten maken een deeltentamen en worden uitgedaagd te overleggen over de vragen en de mogelijke antwoorden. 
  • One minute paper: Studenten krijgen de opdracht om tijdens een bijeenkomst of op basis van bestudeerde literatuur in één minuut de essentie van de stof op te schrijven en gaan hierover in gesprek.
  • Denken-delen-uitwisselen: Studenten denken na over een opdracht en delen antwoorden met elkaar en in daarna in het college.

ICT Tools

Bekijk de toolgids voor meer informatie over de tool.

Wat is Peer Feedback?

Peer Feedback is het laten beoordelen van studenten door studenten. Het laten nakijken van werk kan door studenten elkaar feedback te laten geven. Studenten beoordelen elkaars werk aan de hand van rubrics: criteria aan de hand waarvan ze een mening vormen over elkaars werk.

Didactische meerwaarde

Peer feedback heeft een grote toegevoegde didactische waarde. Wanneer studenten elkaars werk beoordelen met behulp van rubrics, leren ze daarmee beter een mening vormen over wat goede en slechte kwaliteit is, ze leren ook tekortkomingen in het eigen werk zien en kunnen daardoor hun eigen werk beter beoordelen.

Daarnaast leren ze dat er soms meerdere manieren zijn om een probleem te tackelen. Bovendien krijgen studenten feedback van andere studenten in termen die ze zelf ook zouden gebruiken en in hun eigen taal. Tenslotte verandert de rol van studenten van wat passieve consumenten van onderwijs naar een meer participerende rol en helpt het geven van peer feedback bij het vormingsproces van student tot kritische wetenschapper.

Tenslotte kan peer feedback werk uit handen nemen van de docent doordat zij minder hoeven na te kijken.

Voorbereiding

Om te starten met peer feedback is het nodig voorafgaand aan het vak opdrachten uit te werken. Daarbij moeten ook de beoordelingscriteria uitgeschreven worden. Dit geheel kan in een digitale tool geladen worden. Het kan echter ook op papier of met stem-software.

ICT tools

Bekijk de toolgids voor meer info over de tools.

Kahoot

Kahoot! is een webtool waarmee heel snel een quiz, discussie of peiling gehouden kan worden in de klas. De leerlingen gaan met hun eigen device naar kahoot.it en voeren daar de game-pin in. Voor iedere activiteit genereert Kahoot! een nieuwe game-pin. De vragen verschijnen niet op de device van de leerling, maar op het scherm in de klas. Op hun device zien de leerlingen alleen de symbolen van de antwoorden die op het scherm te zien zijn; door hier binnen de tijd op te klikken wordt er antwoord gegeven. Voor iedere vraag kan ingesteld worden hoeveel bedenktijd er is. Ook is het mogelijk om afbeeldingen en filmpjes toe te voegen aan de vragen. Wanneer alle leerlingen hun antwoord gegeven hebben, of de tijd om is, verschijnt er een overzicht van de gegeven antwoorden. Het is daarna aan de leraar om de volgende vraag te kiezen. Op deze manier bepaalt de leraar het tempo van de les en is er ruimte om de vragen te bespreken met de klas. Er kan dan bijvoorbeeld persoonlijk gevraagd worden naar de argumenten achter de antwoorden.

Aan de slag

  1. Ga naar https://kahoot.com/
  2. Maak een account aan door op 'Sign Up' te klikken
  3. Kies voor een Teacher account.
  4. Je kunt de gratis versie gebruiken. Wil je Kahoot! Plus gebruiken neem dan contact op met je Blended Learning Consultant.
  5. Edulab heeft geen accounts maar kan wel informatie geven omtrent de aanschaf van een licentie.
  6. Vervolgens kun je quizes, polls en discussions aanmaken. Zie de Kahoot Handleiding voor meer informatie.