Deze werkvorm kent de volgende stappen:

  1. de docent stelt één of meerdere vragen aan de gehele groep.
  2. de student krijgen een paar minuten de tijd om in stilte over het antwoord na te denken (denken).
  3. de studenten bespreken met elkaar in breakout rooms de antwoorden (delen) en formuleren een gezamenlijk antwoord.
  4. de docent vraagt aan één van de studenten uit het groepje om hun antwoorden met de klas te delen (uitwisselen).

In de praktijk ziet dit er als volgt uit:

Denken

Zet je de werkvorm in aan het begin van een les? Dan activeren studenten in deze fase hun voorkennis. De meest invloedrijke factor voor het leren is namelijk dat wat de lerende al weet’ (Ausebel, 1968).

Wil je juist checken of studenten de leerstof begrepen of onthouden hebben? Dan diepen studenten tijdens de denkfase reeds aanwezige kennis op uit hun geheugen. Dit is een zeer effectieve leerstrategie genaamd retrieval practice. Deze zorgt ervoor dat je informatie langer opslaat in het geheugen en minder snel vergeet.

  1. De timer zet aan tot actie. Dit kan als een game element gezien worden: je creëert schaarste in tijd.
  2. Tijdens het ‘denken’ moet het absoluut stil zijn en mag er niet gespiekt worden. Op die manier zorgt denken-delen-uitwisselen voor een gelijkwaardige inbreng van leerlingen.
  3. Motivatie volgt na succes, niet andersom! (Wiliam 2016). De eerste vraag moet dus voor iedereen te doen zijn (die zijn huiswerk heeft gemaakt of vorige les heeft opgelet).
  4. Keep them busy! Voor studenten die eerder klaar zijn moet een extra vraag staan, zodat ze anderen niet gaan afleiden.

Delen

Studenten checken in deze fase elkaars antwoorden in een breakout room en gaan in discussie over verschillen en overeenkomsten. Hierdoor kunnen onjuiste of ontbrekende (voor)kennis (misvattingen en misconcepties) snel geïdentificeerd worden, en waar nodig aangepast. Door ideeën, kennis en meningen uit te wisselen leren leerlingen van én met elkaar.

5 . Trap als docent niet in de valkuil om het juiste antwoord in deze fase weg te geven. Ga willekeurig enkele breakout rooms langs en stel vragen als studenten vastlopen: hoe komt het dat jullie antwoorden verschillen? Wat voor informatie / hulp heb je nodig? Welke feedback kun je elkaar geven? Het gaat immers niet alleen om het juiste antwoord, maar vooral ook om het proces.

6. Vaak grijpen studenten naar aantekeningen of boek om hun gelijk te bewijzen. Daar wordt dus geleerd!

Uitwisselen

Tijdens het ‘denken’ en ‘delen’ heb je als docent waardevolle informatie verkregen waarmee jij je vervolgstap kunt bepalen.

  • “Van de vorige les is niets blijven hangen, ik moet het nog eens uitleggen”;
  • “Iedereen snapt het, er hoeft niet besproken te worden”;.
  • “Een aantal leerlingen heeft echt nog extra uitleg nodig”;
  • etc…

7.Gebruik bij het bespreken eventueel een (digitaal) hulpmiddel waarmee je leerlingen willekeurig een beurt kunt geven. Als leerlingen weten dat zij gezamenlijk verantwoordelijk en individueel aanspreekbaar zijn, wordt de fase van delen nog belangrijker.

Bron: https://www.vernieuwenderwijs.nl/no-1-werkvorm-denken-delen-uitwisselen/