Hoe ontwerp je effectieve (blended) lessen? De ontwerpprincipes die wij binnen FBE hanteren zijn de vijf fases van een volwaardig leerproces, de 12 bouwstenen voor effectieve didactiek (download hier het boek) en het Community of Inquiry framework als richtlijn voor blended onderwijs.

Het ontwerpvoorbeeld is een instrument dat helpt bij het vinden van antwoorden op vragen als:

  • Welke leeractiviteiten kan ik bij studenten in gang zetten om een bepaald
    leerdoel te bereiken?
  • Is er een optimale volgorde van leeractiviteiten?
  • Hoe zorg ik ervoor dat studenten actief betrokken raken bij hun eigen
    leerproces?

Uitgangspunt zijn de vijf fases van een volwaardig leerproces:

De vijf fases van een volwaardig leerproces (Fransen, 2013; bewerking van Mellander, 1993).

Om de expertise van studenten te ontwikkelen dienen alle vijf fases aan bod te komen; de volgorde waarin kan afhankelijk van doel en context verschillen. Het inrichten van een leerpraktijk begint met het bepalen van de doelen. Vervolgens ontwerp je leeractiviteiten waarmee je deze doelen denkt te kunnen bereiken.

Er zijn drie vormen van leeractiviteiten te onderscheiden die binnen elk van de vijf fases van een volwaardig leerproces aan bod kunnen komen:

  • individuele zelfstudie (leren van informatie);
  • interactie via experts (leren van instructie en feedback);
  • samenwerkend leren (leren van verschillende perspectieven).

Een effectieve leerpraktijk met actieve betrokkenheid van studenten vraagt om een doordachte combinatie van deze drie vormen. Bij (online) onderwijs kan in de uitvoering gekozen worden voor synchroon of asynchroon georganiseerde leeractiviteiten. Bij synchrone leeractiviteiten staan docent en studenten fysiek of online via beeld en/of audioverbinding direct met elkaar in contact. Bij asynchrone leeractiviteiten wisselen docent en studenten documenten, informatie en mediaclips uit in de online leeromgeving. Bij individuele zelfstudie kan de student zelf bepalen hoe, waar en op welk moment hij/zij studeert. Individuele zelfstudie bestaat daarom in hoofdzaak uit asynchrone leeractiviteiten. Interactie via experts kan zowel asynchroon als synchroon worden uitgevoerd. Dat geldt ook voor samenwerkend leren: studenten overleggen synchroon, werken daarnaast zelfstandig aan deeltaken en geven elkaar feedback in de vorm van asynchroon georganiseerde peerreview.

Bij het maken van een keuze tussen synchrone en asynchrone activiteiten is het handig eerst de synchrone, en pas dan de asynchrone activiteiten te bepalen. Synchrone activiteiten hebben namelijk een bijzondere functie in het leerproces; zij bieden studenten de gelegenheid vragen te stellen en jou als docent om daarop direct te reageren en eventueel extra toelichting, voorbeelden en/of oefenopdrachten te geven. Daarbij zijn synchrone activiteiten van onschatbare waarde voor de groepsdynamiek en voor de persoonlijke motivatie van de student (en docent).

Om te kunnen beoordelen of met de gemaakte keuzes daadwerkelijk de beoogde doelen worden bereikt, is het van belang om niet alleen aan het einde, maar vooral tijdens de uitvoering van de leerpraktijk gebruik te maken van toetsing. Toetsing aan het eind van het leerproces (summatieve toetsing) heeft als doel vast te stellen of de leerdoelen van de leerpraktijk inderdaad zijn bereikt. Toetsing gedurende het leerproces (formatieve evaluatie) heeft als doel jou als docent, maar ook de student, de mogelijkheid te bieden om het leerproces bij te sturen wanneer de beoogde
doelen niet bereikt lijken te gaan worden.

Community of Inquiry als inhoudelijk richting
Het Community of Inquiry (CoI) framework is een theoretisch model voor blended leren. Het sociaal constructivisme en de theorieën van John Dewey vormen de basis voor het model. Het CoI framework stelt dat effectief online leren alleen mogelijk is binnen een community (leergemeenschap).

Figuur 1: CoI Framework (bron: http://communitiesofinquiry.com/model)

Het framework beschrijft de elementen die van invloed zijn op het creëren van een dergelijke community en het nastreven van “inquiry” binnen een educatieve context, de voorwaarden voor diep leren. De uitdaging zit in het feit de elementen goed op elkaar af te stemmen. Echter, er is geen sprake van één juiste, meest effectieve balans. De balans verandert over tijd en over cursussen.

Deze elementen zijn:

  • Cognitive presence:
    De mate waarin lerenden in staat worden gesteld kennis te verwerven en leerinhouden te verwerken door reflectie en dialoog met anderen. Actief leren en samenwerken staat hier centraal. De rol van de lesgever, de gesprekken tussen de studenten, structuur van de online leeromgeving en het design van de cursus kunnen de mate waarin de studenten betrokken zijn bij de cursusinhoud en actief leren significant verhogen.
  • Social presence:
    De mate waarin de deelnemers zich (affectief) verbonden voelen met elkaar binnen de online gemeenschap. Het doel is om een onderwijsleergemeenschap (community) te creëren met vertrouwen en transparantie als basis waarbinnen doelgerichte, open en gedisciplineerde reflectie en dialoog mogelijk wordt. Ook dit stelt eisen aan het ontwerp, de facilitering van dialoog en educatief leiderschap. Dit aspect staat in klassikaal onderwijs regelmatig op de achtergrond, maar is in blended learning een voorgrondaspect.
  • Teaching presence:
    Feitelijk betreft de teaching presence de rol van de opleider die met  het onderwijsontwerp, de begeleiding en sturing een onderwijsleergemeenschap creëert waarbinnen betekenisconstructie door reflectie en dialoog (cognitive presence) kan plaatsvinden.