Vijf uitgangspunten van een volwaardig leerproces

Bron: Keuzediagram (online) leerpraktijken, Jos Fransen, Inholland.

Bij het ontwerpen van onderwijs met ICT gebruiken wij de vijf uitgangspunten van een volwaardig leerproces. In combinatie met het keuzediagram (zie onderaan de pagina) kan er antwoord gevonden worden op vragen als:

  • Welke leeractiviteiten kan ik bij studenten in gang zetten om een bepaald
    leerdoel te bereiken?
  • Is er een optimale volgorde van leeractiviteiten?
  • Hoe zorg ik ervoor dat studenten actief betrokken raken bij hun eigen
    leerproces?

Uitgangspunt zijn de vijf fases van een volwaardig leerproces:

De vijf fases van een volwaardig leerproces (Fransen, 2013; bewerking van Mellander, 1993).

Het leerproces start met het activeren van voorkennis en richten van de aandacht, zodat de student de nieuwe informatie kan verbinden aan die voorkennis. Vervolgens wordt nieuwe kennis actief verworven, resulterend in de kwantitatieve en kwalitatieve uitbreiding van zijn cognitieve schema’s. Dat betekent nog niet dat de student die kennis ook kan toepassen, want alleen het oefenen van het toepassen in de uitvoering van een beroepstaak leidt tot het productief maken van de verworven kennis. Ten slotte wordt gereflecteerd op de leeropbrengsten en dat leidt tot een diepere verankering van de productief gemaakte kennis, en daarmee tot verdieping van het inzicht. Reflectie dient zich mede te richten op het verkennen van relaties met andere kennisdomeinen en van toepassing binnen andere beroepstaken. Daardoor ontwikkelt de student meer ingangen (‘recall cues’) naar de verworven expertise, waardoor deze wendbaarder wordt

Om de expertise van studenten te ontwikkelen dienen alle vijf fases aan bod te komen; de volgorde waarin kan afhankelijk van doel en context verschillen. Het inrichten van een leerpraktijk begint met het bepalen van de doelen. Vervolgens ontwerp je leeractiviteiten waarmee je deze doelen denkt te kunnen bereiken.

Er zijn drie vormen van leeractiviteiten te onderscheiden die binnen elk van de vijf fases van een volwaardig leerproces aan bod kunnen komen:

  • individuele zelfstudie (leren van informatie);
  • interactie via experts (leren van instructie en feedback);
  • samenwerkend leren (leren van verschillende perspectieven).

Een effectieve leerpraktijk met actieve betrokkenheid van studenten vraagt om een doordachte combinatie van deze drie vormen. Bij (online) onderwijs kan in de uitvoering gekozen worden voor synchroon of asynchroon georganiseerde leeractiviteiten. Bij synchrone leeractiviteiten staan docent en studenten fysiek of online via beeld en/of audioverbinding direct met elkaar in contact. Bij asynchrone leeractiviteiten wisselen docent en studenten documenten, informatie en mediaclips uit in de online leeromgeving. Bij individuele zelfstudie kan de student zelf bepalen hoe, waar en op welk moment hij/zij studeert. Individuele zelfstudie bestaat daarom in hoofdzaak uit asynchrone leeractiviteiten. Interactie via experts kan zowel asynchroon als synchroon worden uitgevoerd. Dat geldt ook voor samenwerkend leren: studenten overleggen synchroon, werken daarnaast zelfstandig aan deeltaken en geven elkaar feedback in de vorm van asynchroon georganiseerde peerreview.

Bij het maken van een keuze tussen synchrone en asynchrone activiteiten is het handig eerst de synchrone, en pas dan de asynchrone activiteiten te bepalen. Synchrone activiteiten hebben namelijk een bijzondere functie in het leerproces; zij bieden studenten de gelegenheid vragen te stellen en jou als docent om daarop direct te reageren en eventueel extra toelichting, voorbeelden en/of oefenopdrachten te geven. Daarbij zijn synchrone activiteiten van onschatbare waarde voor de groepsdynamiek en voor de persoonlijke motivatie van de student (en docent). Het keuzediagram (online) leerpraktijken brengt de bovengenoemde variabelen op overzichtelijke wijze bij elkaar en biedt zo een leidraad om de vorm, volgorde, timing en samenhang van alle leeractiviteiten te bepalen.

In het keuzediagram worden alleen de synchrone en asynchrone activiteiten weergegeven die door de docent worden geïnitieerd. Daarnaast zullen studenten ook zelf (online) activiteiten ondernemen, bijvoorbeeld online bronnen en externe experts raadplegen, of overleg met medestudenten organiseren. Deze activiteiten zijn niet expliciet onderdeel van het keuzediagram, maar daarmee natuurlijk niet minder relevant voor het leerproces.

Om te kunnen beoordelen of met de gemaakte keuzes daadwerkelijk de beoogde doelen worden bereikt, is het van belang om niet alleen aan het einde, maar vooral tijdens de uitvoering van de leerpraktijk gebruik te maken van toetsing. Toetsing aan het eind van het leerproces (summatieve toetsing) heeft als doel vast te stellen of de leerdoelen van de leerpraktijk inderdaad zijn bereikt. Toetsing gedurende het leerproces (formatieve toetsing) heeft als doel jou als docent, maar ook de student, de mogelijkheid te bieden om het leerproces bij te sturen wanneer de beoogde
doelen niet bereikt lijken te gaan worden.

Hieronder het keuzediagram.