Deze werkvorm behoort tot de derde categorie: feedback geven die het leren vooruit beweegt.

Formatief toetsen bestaat bij het geven van effectieve feedback. Hoe geef je als docent op de juiste manier feedback aan je studenten? Dat is een vraagstuk op zich. Een belangrijk inzicht uit de praktijk is dat de gever van feedback er vaak meer tijd in steekt dan de ontvanger van de feedback. Deze werkvorm probeert daar een ommekeer in te brengen door de aandacht te richten op de vraag bij de feedback: en hoe nu verder.

Na de inname van een schrijfopdracht, een grafiek of een verslag kan de docent per student drie vragen formuleren die het reflecteren over het eigen werk op gang brengen. In het werk omcirkelt de docent een zinsdeel of een gedeelte van een figuur en zet daar nummer 1 bij.

Onderaan het werk komt weer nummer 1 met daarbij een vraag van de de docent. Daaronder komt een aantal regels ruimte voor het antwoord van de student. Zo kunnen nog twee vragen aan het werk worden toegevoegd. In de eerstvolgende les gaan de studenten met hun drie vragen aan de slag en schrijven hun antwoorden onderaan hun werk.

De terugkoppeling van de antwoorden kan op verschillende manieren gebeuren. Bij zwakke studenten kan het gewenst zijn dat de docent dat doet. Het is natuurlijk ook goed denkbaar dat student de vragen en antwoorden juist met elkaar reflecteren, in homogene of heterogene groepjes.