Feedback geven die het leerproces stimuleert

Home/Feedback geven die het leerproces stimuleert
Feedback geven die het leerproces stimuleert2021-03-31T12:27:47+02:00

Als we bewijs verzamelen van wat onze studenten eigenlijk hebben geleerd, merken we vaak dat dat niet is wat we wilden dat ze leerden. We dienen dan feedback te geven om ze weer op het goede spoor te krijgen. Feedback is een van de krachtigste interventies om het leren van studenten te bevorderen. Het doel van feedback is om informatie te geven over waar studenten staan en ze houvast te geven bij het behalen van de leerdoelen. Het organiseren van effectieve feedback is echter complex. Als de feedback de student niet aan het denken zet en in actie brengt, is feedback ineffectief. Dan is eerst iets anders nodig.

Worden die prestaties dan altijd verbeterd? Nee: feedback is complexer dan vaak gedacht. Zo bleek destijds uit onderzoek van Kluger and DeNisi (1996) dat interventies op het gebied van feedback in 38% van de gevallen juist negatief uitpakken. Recenter ging ook Dylan Wiliam (2018) tijdens een toetscongres in op de effectiviteit van feedback, waarbij hij aangaf we het niet zomaar voor lief moeten nemen: het is complex en arbeidsintensief. Zo kunnen er volgens hem bij het ontvangen van feedback 8 dingen gebeuren, waarvan er 2 maar echt goed zijn:

Op welke manier kun je dan feedback geven die juist positief uitpakt? Volgens Hattie & Timperley (2007) is het een doorlopend proces van feedup, feedback en feedforward. Concreter houden de begrippen in die cyclus het volgende in (Sluijsmans & Segers, 2018):

  • Feedupricht zich op de vraag: waar werk ik naartoe? Feedup refereert daarmee aan de verwachte prestatie.
    • Feedback richt zich op de vraag: hoe doe ik het tot nu toe? Feedback heeft betrekking op alle opmerkingen die te maken hebben met de tot dan toe geleverde prestatie.
    • Feedforward richt zich op de vraag: hoe nu verder? Feedforward geeft aan dat de leerling voor toekomstige prestaties aandacht dient te besteden aan bepaalde ontwikkelpunten.

Nu het proces helder is, is de vraag wáár je feedback op geeft. Dit kan bijvoorbeeld op het product zijn, maar ook op het proces wat tot het product heeft geleid. Volgens Hattie & Timperley (2007) kun je feedup, feedback en feedforward geven op vier niveaus (Sluijsmans & Segers, 2018, p57):

Taakniveau
Feedback op taakniveau geeft aan of een taak juist is uitgevoerd of niet. Daarbij kan gedacht worden aan een opmerking als: ‘De literatuurverwijzing is niet volgens de APA-richtlijnen’, maar ook: ‘Waarop is deze argumentatie gebaseerd?’

Procesniveau
Feedback op procesniveau geeft aan welke aandachtspunten er zijn met betrekking tot de gekozen aanpak of strategie, bijvoorbeeld: ‘Waarom heb je deze taak op deze wijze aangepakt?’

Zelfregulatie
Feedback op zelfregulatie heeft (onder meer) betrekking op zelfevaluatie en de manier waarop leerlingen zelf hun leerproces sturen. Denk daarbij aan een opmerking als: ‘Wat vind jij de sterke en minder sterke punten van dit werkstuk, en hoe kun jij je daarin verder ontwikkelen?’

Zelfniveau (persoon)
Feedback kan tot slot nog gericht zijn op het zelfniveau (competenties en/of houdingsaspecten) van de persoon. Bijvoorbeeld: ‘Wat ben je toch een creatieve leerling.’

Deze niveaus zijn terug te vinden in het volgende model, eveneens afkomstig uit werk van Black & Wiliam (2009):

Daarbij blijkt uit meta-analyse van Hattie en Timperley (2007) dat met name aandacht voor het procesniveau en zelfregulatieniveau tot de meeste leeropbrengst leidt, omdat deze het denkproces en daarmee het leerproces van de leerling stimuleert. Vertaald naar de praktijk, bemerk je dit bijvoorbeeld in gesprek met je leerling: gesprekken over het ‘waarom’ zijn vaak een stuk diepgaander en leerzamer dan over simpelweg het ‘wat’ (er (minder) goed is en welk cijfer dat dan kan opleveren).

Vind het en verbeter het

Docenten zijn snel geneigd om in het werk van studenten verbeteringen aan te brengen. Met de techniek ‘vind het en verbeter het’ geeft de docent aan waar de student fouten heeft gemaakt. Vervolgens laat de docent de leerlingen zelf de gemaakte fouten verbeteren.

Ga naar de bovenkant