Deze werkvorm behoort tot de eerste categorie waarin de docent met de studenten vaststelt wat de einddoelen voor de periode zijn. Als docent ben je dus goed op de hoogte van de leerdoelen of leeruitkomsten naast van de inhoud van je methode.

Als we uitgaan van een schrijfopdracht voor een taal is het van belang dat de studenten weten wat ervan hen verwacht wordt. Om dit zichtbaar te maken deel je drie voorbeeldteksten uit aan groepjes van maximaal 5 leerlingen. De teksten verschillen duidelijk in kwaliteit. Je vraagt de studenten de teksten zelfstandig te lezen en vervolgens met elkaar op volgorde te leggen van zwak naar goed. Daarna kunnen ze met elkaar hun volgorde beargumenteren.

Deze argumenten worden klassikaal/virtueel gedeeld en verzameld onder leiding van de docent. Met elkaar stel je zo succescriteria vast voor een goede tekst.

Om de teksten beter te kunnen waarderen is het verstandig om vooraf items te geven waarop beoordeeld moet worden. In het geval van tekst schrijven kunnen dat bijvoorbeeld zijn: spelling, structuur, zinsopbouw en publiekgerichtheid. Indien gewenst kan de beoordeling ook op één onderdeel worden bepaald. Met (een deel van de) de lesgroep kun je bijvoorbeeld aandacht geven aan de structuur van een tekst om zo te verdiepen op dat onderdeel. Het doel van de werkvorm is om te zorgen dat studenten zich een reëel beeld hebben van de gestelde doelen.

Online tools

MS Teams – Breakout Room