Verslag seminar ‘Juridische aspecten van video als open leermateriaal’

Op 27 maart organiseerde de SIG Media & Education het seminar: Juridische aspecten van video als (open) leermateriaal

Er is praktische informatie gegeven over de wet- en regelgeving rondom de inzet van video in het onderwijs inzet als (open) leermateriaal. Enkele experts hebben theorie en casussen uit de praktijk behandeld. De aanwezigen hebben vervolgens met een eigen casus een opdracht uitgewerkt om het probleem in kaart te brengen en mogelijkheden te identificeren.

Martijn Hoeke (Van Hall Larenstein) is dagvoorzitter en opent het programma. Er wordt met een Mood Quiz geopend waarin enkele stellingen beantwoord moeten worden om in kaart te brengen wat de houding is van de deelnemers ten opzichte van de juridisch kaders. Een interessante stelling was: ik voel mij in mijn werkzaamheden beperkt door de juridisch kaders. De meeste deelnemers (ongeveer 60%) waren het hier niet mee eens. Aan het eind van het seminar werd deze vraag opnieuw gesteld. Toen was 60% van de deelnemers het wel eens met deze stelling.

Drie experts zijn aan het woord gekomen:

  • AVG – Sebas Veeke
  • (Open) licenties en creative commons – Sylvia Moes
  • Auteurs- en portretrecht – Rogier van den Blaak

Er was voorafgaand aan deze sessie met de sprekers afgesproken om dit seminar als casus te gebruiken voor hun onderwerp.

Het seminar is terug te kijken via deze link.

Sebas Veeke – AVG

Sebas Veeke werkt als Technisch Product Manager bij SURFnet. Hij gaat kort in over wat de AVG in houdt. De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) geeft aan dat een persoonsgegeven alle informatie is over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Dit betekent dat informatie ofwel direct over iemand gaat, ofwel naar deze persoon te herleiden is. Binnen organisaties, zoals een onderwijsinstelling, worden persoonsgegevens verwerkt. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer is een recht verankerd in de grondwet en de AVG gaat over het rechtmatig omgaan met persoonsgegevens. Heel kort gezegd moet er bij het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens een uitdrukkelijk beschreven doel zijn. Deze persoonsgegevens mogen alleen gebruikt worden daar waarvoor het bedoeld is. Er moet een geldige reden zijn voor de verwerking en er moet toestemming voor de verwerking zijn. Er wordt doorgaans een verwerkingsovereenkomst gemaakt waarin deze informatie staat beschreven.

Sebas gaat vervolgens over op de casus. Voor dit seminar is een aantal punten die de AVG raakte:

  • Inschrijfproces
  • Opname van de presentator
  • Video opname publiek
  • Foto’s

Bij het inschrijfproces moet je er rekening mee houden dat er zo min mogelijk gegevens worden gevraagd. Een emailadres voor een registratiebevestiging, naam en organisatie voor het netwerken tijdens en na het seminar. Er moet een duidelijk doel zijn voor de gegevensverwerking waarin dataminimalisatie en toestemming geborgd zijn. Bij de opnames van een presentator moet voorafgaand aan de presentatie om toestemming gevraagd worden waarbij het doel helder wordt verteld (transparantie). De privacy impact kan erg groot zijn wanneer dit materiaal ook openbaar wordt verspreid. Wanneer er opnames worden gemaakt met publiek moet er toestemming gevraagd worden. Normaal gesproken mag het opnemen van publiek niet waarbij de uitzondering is dat het niet ter identificatie gebruikt wordt. Voor het maken van foto’s gelden dezelfde regels. Je kunt deelnemers controle over hun toestemming geven. Als voorbeeld: tijdens De Onderwijsdagen 2018 werden er twee kleuren keycords uitgedeeld die de fotograaf kon gebruiken om de deelnemers te identificeren wie wel/niet op een foto herkenbaar wilde staan.

Sylvia Moes – (Open) licenties en creative commons

Sylvia Moes werkt bij de Universiteitsbibliotheek van de VU en is Consultant SURFnet. Zij gaat in op de regels rondom open licenties en creative commons. Sylvia gaat eerst in op de vraag ‘Waarom open onderwijs?’. Medio 2015 heeft minister Bussemaker in haar strategische agenda HO2025 “de waarde(n) van weten” als ambities uitgesproken dat in 2025 alle docenten aan Nederlandse HO-instellingen hun onderwijsmateriaal open beschikbaar stellen (Open Access Hoger Onderwijs) en dat we daarmee een voortrekkersrol in de wereld vervullen. De reden is dat er een veranderde behoefte van studenten is. Daarnaast door open leermateriaal ontstaat er voor docenten een bredere diversiteit aan te bieden. Het openbaar maken van content heeft direct impact op docentprofessionalisering omdat het om open leermateriaal gaat en een docent andere (“betere”) kwaliteit wilt publiceren.

Er zijn enkele nationale acties om open onderwijs meer onder de aandacht te brengen en te faciliteren. Zo is er de stimuleringsregeling van het ministerie OC&W en de versnellingsagenda voor onderwijsinnovatie waar SURF onder andere bij betrokken is. Er is een werkgroep Bibliotheken, Open en Online Onderwijs en SURF werkt aan het faciliteren van de infrastructuur. SURF doet dit onder andere door SURFSharekit te laten integreren met een LMS (Canvas, Brightspace, Moodle etc.), te ontwikkelen op Artificiële Intelligentie voor spraak- en tekstherkenning voor semi-automatisch toekennen van metadata en met Communities en Kwaliteitskeurmerken. Voorbeelden van deze keurmerken zijn te vinden op bijvoorbeeld Wikiwijs. Binnen Wikiwijs kunnen leermiddelen beoordeeld worden met  1 t/m 5 sterren.Een toegekend keurmerk betekent dat het leermiddel erg goed is. Voorbeelden van Communities zijn:

Sylvia vertelt hierna over de Creative Commons en de verschillende bouwstenen. In onderstaande figuur staat de uitleg:

Op basis van de bouwstenen zijn er zes CC-licenties:

Op https://creativecommons.nl/uitleg/ staat meer uitleg.

Rogier van de Blaak – Auteurs- en portretrecht

Rogier van de Blaak werkt voor de VU en licht kort toe wat er verstaan wordt onder auteursrecht en portretrecht. Kort gezegd is auteursrecht het recht van de maker om zijn werk te publiceren of te verveelvoudigen. Bij portretrecht ligt dit anders. Wanneer er een foto/video gemaakt is in opdracht, dan is er toestemming nodig van de afgebeelde personen. De auteursrecht ligt wel nog steeds bij de maker, maar de personen die afgebeeld worden moeten toestemming geven voor de verspreiding van het werk. Als een portret niet in opdracht is gemaakt, mag het in beginsel vrij gepubliceerd worden. Dit ligt anders als de afgebeelde persoon een ‘redelijk belang’ heeft om zich tegen publicatie van zijn portret te verzetten.

Rogier neemt vervolgens dit seminar als casus op auteursrecht- en portretrecht. De video die gemaakt wordt heeft als doel om te verspreiden. De auteursrechten liggen bij de maker, maar er is wel toestemming van het publiek nodig. De creative common licentie die van toepassing is, is:

Rogier sluit af met een korte bespreking over Stichting UVO (voorheen Stichting Pro). Het hoger onderwijs heeft met Stichting UVO een jaarlijks vast bedrag afgesproken voor korte overnames uit onderwijsmateriaal. Een korte overname is bijvoorbeeld 8.000 woorden uit een artikel. Dit geldt per vak (niet per college/video). Stichting UVO ziet er wel op toe dat dit nageleefd wordt en doet daarom regelmatig audits bij scholen om te toetsen of er geen inbreuk op auteursrechten plaatsvindt. Er is een reductie van 5% hergebruik per jaar. Gebeurt dat niet dan kan een instelling een naheffing verwachten.

Meer informatie is te vinden op: https://www.auteursrecht.nl/

Na deze rijke expertsessies zijn de deelnemers aan de slag gegaan aan hun meegebrachte casus. In een World Cafe setting hebben 8 groepjes aan de hand van vier vragen een casus uitgewerkt en zich vervolgens over de casussen van twee andere groepen. Aan het einde van deze werkvorm was er weinig ruimte voor reflectie omwille van de tijd. Er zijn foto’s gemaakt van de uitwerkingen, die hier zijn te vinden: uitwerkingen_praktijkcasussen.pdf