Docenten zijn snel geneigd om in het werk van studenten verbeteringen aan te brengen. Met de techniek ‘vind het en verbeter het’ geeft de docent aan waar de student fouten heeft gemaakt. Vervolgens laat de docent de leerlingen zelf de gemaakte fouten verbeteren. Docenten kunnen dit bijvoorbeeld doen door dezelfde fouten in het werk van de student met dezelfde letter te markeren. Bijvoorbeeld: een G staat voor een grammaticafout en een S voor een spelfout. Daarnaast kunnen docenten alle verbeterpunten met dezelfde kleur pen aanstippen (bijv. paars) en alle sterke punten met een andere kleur (bijv. groen) (Wiliam & Leahy, 2015).

Een voorbeeld is: “In jouw werk staan nog vijf misvattingen/fouten, zoek ze en verbeter ze.” Door de feedback zo te organiseren wordt de student geactiveerd. Er zit ook een uitdaging in: kan je de 5 misvattingen vinden en verbeteren? Een andere optie is: Vraag studenten drie feedbackvragen te formuleren bij het indienen van een concept en geef gerichte feedback met gebruik makend van de succescriteria. Geef alleen feedback als de vragen geschikt zijn. Hierdoor is de student betrokken bij de feedback, hij heeft immers van tevoren moeten nadenken over de vragen waarop hij feedback wilt. De gegeven feedback komt daardoor niet “gratis” maar de student heeft er wat voor moeten doen. Het eigenaarschap en de betrokkenheid van/bij de feedback die vervolgens komt zal daardoor groter zijn.